Meldpunt voor geweld

Bij geweld en misbruik wordt vaak uitgegaan van feiten die, hetzij door gezinsleden, hetzij door onbekenden werden gepleegd.  Sinds in april 2014 meer en meer mensen in de pers en bij 1712 het woord hebben genomen over hun kind-ervaringen werd duidelijk dat onderschat wordt hoe vaak steunfiguren in jeugd- en onderwijsinstellingen zich in het verleden vaak zwaar grensoverschrijdend hebben gedragen.  Het gaat om situaties waarbij kinderen niet konden ontkomen aan fysiek, psychisch of seksueel grensoverschrijdend gedrag door mensen waarvan zij afhankelijk waren : een leerkracht, een leidinggevende uit de jeugdbeweging, een trainer of toezichter, … De vaststelling dat de zorg er wel was maar niet steeds de veiligheid, maakt dat de getroffen kinderen ook slachtoffer werden van niet-ziende volwassenen.  Sommige kinderen werden in de zorg zelfs slachtoffer van ernstige verwaarlozing.

Politiek is het maatschappelijk signaal opgepikt om helderheid te verschaffen en mee te werken aan een ondubbelzinnige keuze voor erkenning. Minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin Jo Vandeurzen besliste in mei 2013 tot de installatie van het experten-panel “historisch misbruik”.

Een multidisciplinair samengesteld panel kreeg als opdracht na te gaan welke aanpak maximaal bijdraagt tot de erkenning en verwerking van het leed dat slachtoffers van historisch misbruik hebben ervaren en hoe vandaag en in de toekomst dergelijke situaties kunnen vermeden worden. De bespreking van dit rapport in het Vlaams Parlement resulteerde in een resolutie met  aanbevelingen aan de Vlaamse Regering om slachtoffers te erkennen en te ondersteunen.

In uitvoering van deze resolutie werd in opdracht van minister Vandeurzen volgend aanbod ontwikkeld om tegemoet te komen aan de individuele noden van slachtoffers :

  • de oprichting van de Erkennings- en Bemiddelingscommissie voor Slachtoffers van Historisch misbruik (die op 1 december 2014 opstart) en
  • de organisatie van lotgenoten contacten in elke provincie (vanaf 1 december 2014).

Dit aanbod focust zich op feiten die zich voor 1990 afspeelden.  De term ‘historisch’ heeft hierbij zeker geen verzachtende betekenis, alsof ‘vroeger’ door een ander tijdskader en opvoedingscontext de ernst van wat gebeurde, neutraliseert.  De term wil evenmin zeggen dat het lijden beperkt was tot een bepaalde levensfase, dat het om ‘oude verhalen’ gaat van volwassenen over hun kindertijd die soms al veraf ligt.  Met dit aanbod wordt de hand gereikt aan eenieder die zoekt naar erkenning voor het aangedane leed of zoekt naar begrip via steun en ontmoeting door lotgenoten rond mensonterende ervaringen in een jeugd- of onderwijsinstelling die plaatsvonden in de periode 1930 – 1990.

Voorts werd in het kader van de maatschappelijke erkenning van het leed van slachtoffers werk gemaakt van de tentoonstelling “Pleisterplekken – Jeugdinstellingen tussen romantiek en trauma”. Deze tentoonstelling loopt van 22/11/2014 tot en met 15/02/2015 in het Guislain museum te Gent.

De publieke bekendmaking van het individueel aanbod aan slachtoffers en na(ast)bestaanden gebeurt via een mediacampagne op TV die loopt van 17 tot 30 november 2014. Via drie 1712
TV spotjes op VTM en VRT wordt de burger geïnformeerd over de mogelijkheid om in contact te komen met lotgenoten of een gesprek aan te vragen met de Erkennings- en Bemiddelingscommissie.  Er is daarbij, voor wat de toegang tot de Commissie betreft, geopteerd voor een fasen-model waarbij slachtoffers eerst contact opnemen met het laagdrempelig 1712 vooraleer ze een aanvraag kunnen indienen bij de Commissie.  Lotgenotencontacten kunnen autonoom aangevraagd worden via de website 1712.

Contact met 1712 kan zowel telefonisch als via e-mail.  1712-medewerkers bieden een luisterend oor en  verwijzen, waar aangewezen én gewenst,  door naar gepaste (vervolg)hulp en/of naar de contactmodaliteiten met de Erkennings- en Bemiddelingscommissie.  Het aanvraagdocument voor een dergelijk contact is vanaf 17 november te vinden op de website 1712. Slachtoffers kunnen ook bij een Centrum Algemeen Welzijnswerk  terecht indien ze wensen  ondersteund te worden bij het indienen van een aanvraag bij de Erkennings- en Bemiddelingscommissie.   Slachtoffers die na een gesprek met de Commissie nood hebben aan een passend  vervolgaanbod zullen daar zorgzaam naar begeleid worden.  Hiervoor werden de nodige (werk)afspraken gemaakt met de Centra Geestelijke Gezondheidzorg (CGG) en de Centra Algemeen Welzijnswerk (CAW).

We gaan hierna kort in op het nieuwe aanbod.

Erkennings- en Bemiddelingscommissie voor Slachtoffers van Historisch Misbruik
De Commissie gaat van start op 1 december 2014 en werkt tot eind mei 2015.  Ze behandelt aanvragen van feiten van misbruik en geweld die zich in de periode 1930 – 1990 afspeelden in jeugd- en onderwijsinstellingen in Vlaanderen.  De Commissie bestaat uit een groep deskundigen die wekelijks samenkomen.

De Commissie ontvangt slachtoffers en na(ast)bestaanden van slachtoffers  van historisch misbruik voor een gesprek met het oog op de erkenning van het aangedane leed.  Dit gesprek vindt altijd plaats met twee leden van de Commissie.  Indien de aanvrager dat wenst, kan het gesprek leiden tot een bemiddelingsverzoek.  In dit geval zal de commissie, na het verhaal te hebben beluisterd, de tegenpartij uitnodigen.  Het kan daarbij gaan om de persoon die het geweld pleegde of de directie van de instantie waar het geweld plaatsvond.  Als de tegenpartij wil ingaan op de vraag dan wordt een bemiddelingsgesprek mogelijk.  Als de aanvrager dat wenst kan hij/zij daar zelf ook bij aanwezig zijn.

De Commissie handelt onafhankelijk en is een plaats van ontmoeting en dialoog. De Commissie werkt discreet en respecteert de privacy-reglementering. De Commissie is geen waarheids- of onderzoekscommissie. Ze spoort geen daders op en is niet uit op waarheidsvinding.  Voor het mogelijk maken van een bemiddelingsgesprek met een dader contacteert de commissie de instantie waar het misbruik plaatsvond. Aan deze instantie wordt gevraagd of zij weten of de betreffende persoon nog leeft en/of bereid is tot een bemiddelingsgesprek. Indien dit niet het geval is wordt de actuele directie van de betrokken instantie uitgenodigd om deel te nemen aan het bemiddelingsgesprek.

Aanvragen kunnen betrekking hebben op fysiek, psychisch en seksueel geweld /misbruik en verwaarlozing van kinderen en jongeren door een volwassene  dat plaatsvond in de periode 1930-1990.  Het kan gaan om geweld/ misbruik door om het even welke beroepsgroep, met inbegrip van pastorale medewerkers, in een niet-familiale afhankelijkheidsrelatie ( in weeshuizen en pleeggezinnen),  een pedagogische context (scholen, internaten),  een hulpverlenende context (psychiatrie, jeugdhulpvoorzieningen ) of een vrijetijdscontext (jeugdorganisatie, sportkamp, …) en dit ongeacht de ideologische of religieuze strekking van de betrokken instanties.  Men kan ook een aanvraag indienen als men slachtoffer werd van geweld door een minderjarige die onder de verantwoordelijkheid viel van personen die werkzaam waren in de genoemde context.

Ter voorbereiding van de Commissie is werk gemaakt van een beperkt kwalitatief onderzoek naar slachtofferervaringen en noden van mensen die contact opnamen met 1712 en, daaraan gekoppeld, een beperkt en casus-gelieerd onderzoek naar de mechanismen die misbruik mogelijk maakten.

Dit onderzoek kan vanaf eind november geraadpleegd worden via de website 1712.

Lotgenotencontacten historisch misbruik
Lotgenotencontacten  kunnen helpen bij de verwerking van traumatische ervaringen en kunnen bijdragen tot erkenning, onderlinge steun en begrip voor de eigen situatie.

Vanaf 1 december 2014 worden in elke provincie lotgenotencontacten georganiseerd voor slachtoffers en na(ast)bestaanden van “historisch” misbruik.  Deze bijeenkomsten vinden maandelijks plaats tot eind mei 2015. Ook na die periode worden nog lotgenotencontacten georganiseerd .  De bijeenkomsten vinden dan om de drie maanden plaats. Elke lotgenotengroep wordt professioneel begeleid door een coach. Vanaf 3 kandidaten wordt een groep opgericht en wordt een startbijeenkomst gepland.  De plaats en het tijdstip van de bijeenkomsten worden op maat van elke groep afgestemd. Na de eerste samenkomst kunnen nieuwe mensen aansluiten tot een maximum van 15 personen per groep bereikt wordt.  Als een groep volzet is, wordt een nieuwe groep opgericht. Deelname aan de lotgenotencontacten is gratis.

Meer informatie over deze nieuwe initiatieven is te vinden op www.1712.be