Seniortornooien

SENIORTORNOOIEN

1. Organisatie


1.1 Alle aangesloten clubs kunnen op 1 van de inschrijvingsdagen van het nieuwe seizoen hun tornooi(en) kenbaar maken.  Volgende tornooien kunnen georganiseerd worden: internationale tornooien, A-tornooien, B-tornooien, C-tornooien, D-tornooien, D4/C4-recreanten tornooien, veteranen en dubbel/mix.  Voor een internationaal tornooi wordt het bedrag van € 168 administratiekosten aangerekend.  Voor de overige tornooien wordt een bedrag van € 95 aangerekend.  Enkel officiële tornooien tellen mee voor de individuele ranking (zie VSF-tornooikalender).  De VSF wenst de organisatie van een tornooi op een ander moment niet te verbieden, maar dit tornooi valt niet onder de auspiciën van de VSF: geen punten voor de spelers, geen publicatie in het handboek en geen verzekering voor de spelers.  Alle deelnemers moeten lid zijn van de VSF of een erkende federatie.

1.2 Een club mag maximum 2 erkende tornooien aanvragen.

1.3 De organisator is verplicht rekening te houden met de rankingpunten of -plaats van de spelers van de laatst gepubliceerde ranking bij het opmaken van de verschillende tabellen.  Bij eventuele vragen kan de organisator zich richten tot het VSF-secretariaat.

1.4 Clubs die tornooien organiseren moeten voorkomen dat oud-spelers met klassement deelnemen aan de VSF-tornooien in de categorie D4/C4.  Indien deze spelers niet op toernooi.nl terug te vinden zijn, kan men zich wenden tot het secretariaat op kristien@vsf.be.

1.5 De tornooien worden georganiseerd volgens het tabellensysteem (fields) voor de categorieën vanaf B en lager waarvan de grootte van elke tabel (field) wordt bepaald door de organisator.  (Vb.: 16/32/64 of 8/16/32, ...).  Voor elke tabel, behalve voor de laatste tabel moet een 'plate' worden georganiseerd en gespeeld.  De categorieën Aint en A spelen in een aparte draw.  In één tabel mag er niet meer dan 5 klassementen verschil zijn tussen de hoogst en laagst geklasseerde speler.  Een tornooifield voor A-spelers moet aangevuld worden met B1-spelers.  Voor internationale tornooien verwijzen we tevens naar art. 14.

1.6 Elke tornooiorganisator moet voor aanvang van het tornooi de inschrijvingslijst naar het VSF-secretariaat sturen met aanduiding van de indeling in fields. Het VSF-secretariaat kijkt deze na en geeft goedkeuring om het tornooi zo te spelen of doet een voorstel tot wijziging van de indeling in fields. Indien aan deze voorwaarde niet voldaan wordt, worden er voor dit tornooi geen rankingpunten voor de deelnemers toegekend. De planning van deze controle wordt op voorhand afgesproken tussen VSF en de club.

1.7 Voor elk officieel VSF-tornooi moet de club het programma “toernooiplanner” gebruiken. Zo kunnen de resultaten automatisch verwerkt worden voor de VSF ranking. De club krijgt hiervoor een licentie van VSF. 

De aangekochte softwareprogramma’s en de licenties van Visual Reality zijn eigendom van de Vlaamse Squashfederatie ook al worden zij aan de clubs met VSF-tornooien ter beschikking gesteld. Deze programma’s worden aan de clubs ter beschikking gesteld en kunnen aldus door hen worden gebruikt (ook voor clubactiviteiten), maar enkel de tornooien onder de auspiciën van de VSF en evenementen voor de toegetreden leden van de VSF mogen via toernooi.nl online worden gezet.

Indien een club die programma’s wenst te gebruiken en de inschrijvingen en de resultaten online wenst te zetten, moet zij ervoor zorgen dat iedereen die daarvan gebruik maakt voor de start van het evenement lid wordt van de federatie.

1.8 De spelers dragen de verantwoordelijkheid om zich in te lichten omtrent datum en uur van hun eerste wedstrijd van het tornooi.  Enkel de organisator kan uur en dag van de wedstrijd wijzigen.  Geschreven klachten van de organisator tegen spelers die zich niet aan dit artikel houden, worden door de disciplinaire commissie behandeld.

1.9 Alle wedstrijden moeten gespeeld worden in het centrum waar het tornooi georganiseerd wordt en binnen het officiële tijdsverloop van het tornooi.  De tornooien worden gespeeld t/m zaterdag of zondag, tenzij uitdrukkelijk en schriftelijk aangevraagd en toegekend door de commissie sport.

1.10 De organiserende club kan gestraft worden en het tornooi zal in rang dalen indien:

  • de resultaten niet volgens de vereiste normen werden meegedeeld;
  • de resultaten niet binnen de 3 dagen online staan via toernooi.nl;
  • er inbreuk is gepleegd op de deelnemingsvoorwaarden;
  • er spelers worden toegelaten zonder geldig lidmaatschap erkend door de ESF/WSF;


Indien een erkend tornooi niet wordt georganiseerd, om welke redenen ook, krijgt de organiserende club een boete van €132 en zal het volgende seizoen niet ipso facto worden erkend. Een erkend tornooi mag, eenmaal de tornooikalender is opgemaakt, niet meer verplaatst worden.  Indien de organisator dit toch doet dan valt het tornooi niet onder de auspiciën van de VSF. Deze lijst is niet volledig en sluit geen enkele andere gemotiveerde reden uit.

1.11 De behandeling van klachten gebeurt door de commissie sport en/of discipline.  Bij ernstige overtredingen of bij hervallen in bestaande fouten kunnen clubs 1 jaar geschrapt worden van de officiële tornooilijst waardoor géén individuele rankingpunten kunnen worden toegekend.  De vraag voor schrapping zal door de commissie sport/discipline voorgelegd worden aan de Raad van Bestuur die hierover uitsluitsel geeft.

1.12 Elke speler kan verplicht worden de volgende wedstrijd te leiden.  Bij schriftelijk verslag van de tornooileider en/of de hoofscheidsrechter bij weigering tot arbitrage wordt de betrokken speler door de disciplinaire commissie bestraft.

1.13 Een speler die W.O. geeft bij een begin van een tornooi, kan nooit meer deelnemen aan het verdere verloop van het tornooi.  Een speler ontvangt 20 punten wanneer hij/zij aan een tornooi deelneemt en volledig afwerkt.  Kwetsuren, ziekten of andere oorzaken worden niet aanvaard.  De tornooiorganisator duidt aan welke spelers het tornooi niet hebben uitgespeeld.

1.14 Voor een internationaal tornooi gelden een aantal specifieke afspraken: de deadline voor de inschrijvingen voor internationa­le tornooien ­wordt be­paald op 2 werkdagen voor aanvang van het tornooi. Ten laatste 12 uur na de deadline stuurt de club de inschrijvingen van het A-int. field door naar het VSF-secretari­aat. Er is een boete voorzien bij te laat doorsturen van de namen van de spelers gewoonweg omdat anders het systeem niet kan functioneren: € 29.  De seeding van de spelers voor de opmaak van field 1 gebeurt door het secretariaat. Een welbepaald stramien wordt gehanteerd voor alle tornooien.

1.15 Een internationaal tornooi moet open zijn voor dames en heren.  Wanneer er minder dan 6 spelers in een A-int tornooi zijn ingeschreven, dan beslist de
tornooiorganisator of het tornooi wordt geschrapt of gespeeld.

1.16 Om een internationaal tornooi te houden moet de mini­male prijzenpot € 2.120 zijn bij de heren en € 1.000 bij de dames.  Een tornooiorganisator kan meer prijzengeld geven aan bepaalde plaatsen in de A-int. tabel, maar mag niet raken aan de minimumbedragen.  Indien een field/tabel 32 A-int of A-spelers omvat, is de verdeling als volgt: € 2.000 voor de plaatsen 1-6 met de gekende percentages en € 125 voor de plaatsen 17-32 waarvan € 75 gaat naar plaats 17 en € 50 naar plaats 18.  Indien er meer dan 8 dames A-int in een A-int tornooi zijn ingeschreven, dan wordt de verdeling van het prijzengeld van de heren A-int genomen.

De verdeling van de prijzenpot bij internationale tornooien moet gebeuren als volgt:

 

HEREN PERCENTAGE MIN. BEDRAG
winnaar 20% € 425
runner up 14% € 295
3de en 4de 9% € 190
5de - 8ste 5,5% € 115
9de - 16de 3,25% € 70

 

 

DAMES PERCENTAGE MIN. BEDRAG
winnaar 25% € 250
runner up 18% € 180
3de en 4de 12,5% € 125
5de - 8ste 8% € 80

 

Op het moment dat een speler inschrijft voor een internationaal tornooi moet hij uitbetaald worden. Dit geldt vanaf het moment dat hij de eerste match gespeeld heeft en daarna verder speelt of bereid is verder te spelen.

1.17 Voor tabel 1 van de A-tornooien en de internationale tornooien heeft de organisator de verantwoordelijkheid een hoofdscheidsrechter aan te duiden.  De naam van de hoofdscheidsrechter wordt aan het secretariaat gemeld.  De organisatoren van internationale tornooien en A-tornooien moeten vooral aan de spelers op voorhand duidelijk te kennen geven hoe de verdeling van het prijzengeld is geregeld.  Dit kan gebeuren door een persoonlijk schrijven, vermelding op de affiche, op het moment van het aanmelden aan de wedstrijdtafel…

1.18 Prijzengeld en prijzen in natura voor een internationaal en een A- en B-tornooi: Inschrijvingen voor field A-internationaal: de internationale tornooien staan en­kel open voor internationale buitenlandse en internationale binnenlandse spelers, indien nodig opgevuld met binnenlandse A-spe­lers. Bij de heren is het field min. 16 spelers en bij de dames is het field min 8 speelsters.  Het tweede field van het internationale tornooi staat open voor inschrijvingen voor spelers vanaf A-cat. Voor het eer­ste field van een A-tornooi worden in­schrij­vingen toegelaten vanaf A1 klas­se­ment.

De maximale prijzenpot voor het tweede field van een int. tornooi en voor het eerste field van een A-tornooi bedraagt € 1.500 waarvan max. € 1.000 en min. € 620 voor de heren en max. € 500 en min. € 250 voor de dames. De verdeelsleutel van de internationale tornooien wordt ook gevolgd in de A-tornooien. In de lagere fields worden enkel prijzen in natura gegeven.  Vanaf een B-tornooi of lager worden enkel prijzen in natura gegeven.

1.19 De officiële bal erkend door de federatie is Dunlop Pro.

1.20 Als er een  reeks op een tornooi niet doorgaat omwille van één inschrijving, dan kan de tornooileider beslissen of die persoon in een andere reeks kan meespelen. Indien je beslist om niet te spelen, dan worden er geen punten op de ranking en inschrijvingspunten toegekend.

2. Provinciale en Vlaamse kampioenschappen

2.1 Het inschrijvingsgeld voor de Vlaamse Kampioenschappen bedraagt € 12 en voor de provinciale kampioenschappen € 8.  Voor beide kampioenschappen worden in alle reeksen de spelers geplaatst volgens de laatst gepubliceerde ranking.  Een speler ontvangt 40 punten wanneer hij/zij deelneemt aan een provinciaal kampioenschap of een Vlaams Kampioenschap en volledig afwerkt, dit in tegenstelling tot de Belgische kampioenschappen.  Kwetsuren, ziekten of andere oorzaken worden niet aanvaard.  De tornooiorganisator duidt aan welke spelers het tornooi niet hebben uitgespeeld.

2.2 Als er een reeks niet doorgaat op een Vlaams of provinciaal kampioenschap omwille van één inschrijving, dan krijgt de speler de titel en de prijs, maar geen inschrijvingspunten. Inschrijvingsgeld moet niet betaald worden. Indien je met twee in een reeks zit en de tegenstander geeft forfait dan worden er ook geen inschrijvingspunten toegekend, wel de punten voor een forfait.

2.3 Jaarlijks zullen de provinciale comités een provinciaal kampioenschap houden in een door hen aangeduid centrum.  Dit kampioenschap staat open voor alle VSF-leden met een Belgisch paspoort en voor de categorieën A, B, C, D, D4 + recreanten, veteranen.  De spelers mogen kiezen waar ze het provinciaal kampioenschap spelen: ofwel in de provincie waar ze wonen, ofwel in de provincie van de club waarbij de speler aangesloten is.  Een speler mag slechts aan één provinciaal kampioenschap deelnemen.  De provinciale comités doen extra inspanningen om spelers naar dit kampioenschap te loodsen.  De einddag voor het provinciaal kampioenschap mag door de provincie vrij gekozen worden tussen zaterdag of zondag.

2.4 Het Vlaams kampioenschap wordt door de VSF georganiseerd die tevens het centrum aanduidt waar het kampioenschap zal worden gehouden.  Dit kampioenschap staat open voor alle VSF-leden met een Belgisch paspoort en voor de categorieën A, B, C, D, D4/C4 + recreanten, veteranen. De provinciale comités zullen een extra inspanning leveren om hun kampioenen door te sturen naar de Vlaamse kampioenschappen.

Het Vlaams Kampioenschap vindt plaats tijdens de maand november.  Er wordt gespeeld vanaf maandag tot en met zondag.  De halve finales worden op zaterdag gespeeld.  De laatste finale wordt op zondag gespeeld om 15 uur.  In de week van dit kampioenschap wordt geen interclubcompetitie gehouden.

De seeding van de spelers voor het Vlaams Kampioenschap gebeurt door de technisch-directeur.

Het comité ad hoc zal voor elke reeks reekshoofden 1 tot en met 4 aanduiden. Daarna worden de spelers in volgende groepen geplaatst: 5-6; 7-8; 9-12; 13-16; 17-20; 21-24; 25-28; 29-32; 33-40; 41-48; 49-56; 57-64.  Eens de spelers in groepen zijn geplaatst, worden de onderliggende plaatsen (bv.: 13, 14, 15 en 16) door lottrekking bepaald.

De spelers telefoneren naar de organiserende club om hun aanvangsuur te weten.  Art. 14 geldt ook voor de provinciale en Vlaamse Kampioenschappen.

De verliezers van de eerste wedstrijden spelen de plate, zodat we volle tabellen hebben in de plate.

Indien een speler te laat komt om zijn/haar wedstrijd te spelen, geldt volgend reglement:
•Indien de speler voor het startuur van de wedstrijd geen seintje geeft is het forfait indien de speler na 15 minuten nog niet speelklaar is.
•Indien de speler voor de wedstrijd belt met de melding dat hij te laat gaat zijn, krijgt hij 30 minuten om op de baan te staan.   30 min na aanvangsuur niet op de baan betekent forfait.

De draw van de A-tabel moet hermaakt worden wanneer 1 van de top 4 zich 2 dagen voor aanvang van het tornooi en voor 17 uur voor deze draw uitschrijft.

3. Belgische Kampioenschappen

Alle Belgische kampioenschappen zullen alternerend door de VSF en LFS worden georganiseerd.  Voor meer info zie www.belgiansquash.be. Art. 14 geldt ook voor de Belgische kampioenschappen.


4. Reglementen

4.1 Een speler kan maar deelnemen aan een tornooi als hij rechtmatig lid is van de VSF of van de LFS, of van een andere federatie erkend door de ESF/WSF, behalve voor de provinciale en Vlaamse kampioenschappen, die enkel open staan voor VSF-leden met een Belgisch paspoort.

Dames kunnen deelnemen aan tornooien voor heren als ze ook ingeschreven hebben in de damesfield.

Assimilatie dames – heren: zie p. 95 bij Commissie Sport

Niet-leden mogen niet deelnemen aan de tornooien.  Een club die wedstrijden doorgeeft zonder competitienummer krijgt € 11 boete per ontbrekend competitienummer.

4.2 Elke inschrijving moet de volgende gegevens bevatten:
a. naam en voornaam van de speler;
b. de club waar de deelnemer is ingeschreven en zijn competitienummer;
c. voor jeugd- en masterreeksen de geboortedatum;
d. telefoonnummer of GSM en e-mailadres.

4.3 Bij voorkeur wordt een inschrijving online gedaan via www.vsf.be.  Spelers die zich telefonisch hebben ingeschreven, hebben geen recht op het indienen van klachten tegen de organisatoren bij eventuele foutieve inschrijvingen. Voor de tornooien van het Dunlop circuit en de Vlaamse en Belgische kampioenschappen kan enkel ingeschreven worden via www.toernooi.nl.

4.4 De organisator moet een speler die geschorst is weigeren.  Indien dit niet gebeurt, wordt de organiserende club bestraft.


4.5 Dames die zwanger zijn, mogen aan geen enkele officiële competitie deelnemen.

4.6 Een speler moet een kwartier voor aanvang van zijn wedstrijd zich melden bij de tornooileider.  Elke beslissing wordt door de tornooileider genomen.  Nadat de tabellen zijn opgemaakt wordt bij forfait een W.O. toegekend met verlies van de wedstrijd tot gevolg, tenzij de speler 3 uren voor aanvang van zijn wedstrijd de tornooileider hiervan op de hoogte brengt én een doktersattest binnen de week na het tornooi aan het VSF-secretariaat bezorgt.

WO's moeten door de tornooiorganisator worden doorgegeven.  Indien er geen attest binnen de week na verloop van het tornooi aan het secretariaat wordt bezorgd dan:

  • verliest de speler die WO gegeven heeft 100 punten;
  • volgt er bij herhaling een schorsing van 2 speelweken (speler en club worden schriftelijk op de hoogte gebracht van de speelweken).
  • de tegenstrever krijgt 35 punten bij een WO.

Bij overtreding: zie disciplinaire maatregelen

Op een VK en BK kan eventueel rekening gehouden worden met een desiderata van de speler enkel en alleen maar voor de 1ste wedstrijd.

4.7 De tornooileider of secretaris van de organiserende club moet elk onbehoorlijk gedrag van een speler melden aan het secretariaat van de VSF.  Dit moet gebeuren binnen de zeven dagen na het einde van het tornooi via een gewone en ondertekende brief.

Als ongepast gedrag wordt beschouwd:

  • Grove uitlatingen of handtastelijkheden t.o.v. de referee, de marker, het publiek, de wedstrijdleiding, de andere deelnemers.
  • Abnormaal wegwerpen van de racket of bal.
  • Zonder geldige reden forfait geven of te laat zijn voor de wedstrijd.

Bij elke klacht van de tornooileider moet hij de naam en competitienummer van de speler vermelden. Elke klacht wordt door de disciplinaire commissie behandeld en zij zal tevens een sanctie uitspreken.

4.8 De procedure van het neerleggen van klachten en het in beroep gaan tegen de uitspraak is zoals beschreven is in het huishoudelijk reglement en hoofdstuk 13 van het tornooireglement alsook op p. 98 van dit agenda.

4.9 De bevoegde commissie zal zich bij haar uitspraak houden aan het document ‘overtredingen en sancties'.

4.10 De tornooiorganisator zorgt ervoor dat hij onmiddellijk over een volledige en goede verzorgingstas kan beschikken, mocht het gebruik ervan noodzakelijk blijken. Voor het Medisch Verantwoord Sporten zie hoofdstuk 8 van het huishoudelijk reglement.

4.11 De bevoegde commissie beslist in alle gevallen die niet in dit reglement voorzien zijn.

4.12 Alle officiële VSF-wedstrijden worden gespeeld volgens Point-a-Rally tot 11.

4.13 Jongens en meisjes mogen maar deelnemen aan senior tornooien en kampioenschappen vanaf de leeftijd van 12 jaar (leeftijd op dag dat tornooi start). Uitzondering: jongeren die deel uitmaken van een selectieprogramma van Bloso mogen deelnemen vanaf 8 jaar.

4.14 Indien een field of tabel in een poule (box) gespeeld wordt, geldt volgende puntentelling. De winnaar van de poule is diegene met het meeste gewonnen wedstrijden. Bij gelijke stand tellen achtereenvolgens het meeste gewonnen sets en het meeste gewonnen punten

4.15 Dames mogen op tornooien tegen heren spelen op voorwaarde dat ze bij de dames en de heren inschrijven en ook spelen.  Indien een damesreeks niet doorgaat, dan mogen de dames tegen de heren spelen.  Dames die in een tornooi in twee reeksen inschrijven moeten twee keer betalen.  Een tweede lidkaart moet tevens betaald worden.  De prijs van die tweede lidkaart bedraagt € 7. LFS-spelers mogen steeds deelnemen aan VSF-tornooien en omgekeerd.